DIAMANDA GALAS




Slechts weinig muzikanten hebben hun loopbaan zo sterk gevormd in één thematische richting als de Amerikaans-Griekse zangeres Diamanda Galas. Toen ze haar broer verloor aan aids, koos ze de afschuwelijke ziekte tot uitgangspunt van haar Plague Mass. Ze begon er al aan te werken in 1984, maar haar magnum opus beleefde zijn première in Londen in 1989. Met als uitgangspunt haar eigen stem (met een gigantisch bereik en ongekende mogelijkheden) en de nodige elektronica nam ze de luisteraars mee op een reis door de schaduwkanten van de menselijke ziel en de verschrikkingen die de ziekte aids kan aanrichten.
Na verscheidene wereldtournees met diverse versies van haar Plague Mass stortte Galas zich in 1994 op een project onder de titel Malediction and Prayer. Opnieuw draaide het hier om hel en verdoemenis. Een criticus noemde haar muziek terecht uneasy listening. Met slechts haar stem en elementaire pianospel brengt ze muziek en teksten die eerder verontrustend dan geruststellend of verzachtend zijn.
Naast eigen muziek bevat het programma Malediction and Prayer nummers van bluesgrootheden als Willie Dixon en Son House en country-helden als Johnny Cash en Roy Acuff. De teksten voor haar eigen nummers dook ze op uit het werk van dichters als Charles Beaudelaire en Pier Paolo Pasolini. De CD The Singer, waarop ze een dele van dit werk vastlegde, is een testament, een schrille kreet van iemand die weinig vrolijkheid in het leven ziet, maar er wel voor vecht. Hoewel ze niet echt een jazz-zangeres kan worden genoemd, is het juist die rauwe intensiteit die maakt dat ze toch op de Jazz Marathon thuishoort.


Netcetera