Vrijdenkersvereniging
De Vrije Gedachte
  • home
  • Journaal
  • Agenda
  • Informatie
  • Artikelen
  • Stelling van de week
  • De anarchisten
    Pszisko Jacobs

    Het kan geen toeval zijn dat er wel marxisten waren maar zeer beslist geen bakunin-isten. Eerstgenoemden waren in den beginne volgelingen van een groot denker. Naderhand stond die benaming voor al wat niet met de Marx theorieën te maken had. En dan Bakunin. Hij was een der verbreiders van het anarchisme, van e e n anarchisme, van beginselen. Die beginselen werden nooit tot een echte eenheid. Tenslotte ontstonden er zoveel anarchismen als er anarchisten waren. Dat wil zeggen: het mondde uit in opvattingen omtrent de bevrediging van strikt persoonlijke verlangens.
    Gevolg van een en ander was dat er in anarchistische kringen de verwarrendste uitspraken de ronde deden. En verder dat buitenstaanders er geen touw aan konden vastknopen. O zeker, deze of gene zich anarchist noemende begon dan met de openingszin: "Was het niet Bakunin (of Domela) die al zei...." om dan zo snel mogelijk een zijweg in te slaan waar het stokpaardje gereed stond. En dan werd naar verste verten gestormd. Ach, het zich bezinnen op de oorspronkelijke principes was nooit de sterkste zijde van vele zich anarchist-noemenden dan wel zich wanenden.
    Kenmerkend voor de anarchisten was dat zij gekant waren tegen het socialistisch partijwezen. Overigens waren er velen van hen die elke organisatievorm verwierpen. Daar werd immers machtoverdracht van de leden aan een bestuur plaats. Domela was hun hierbij voorgegaan. En juist het ontbreken van een hecht samengaan heeft de anarcho-beweging lelijk parten gespeeld. De altijd maar voortgaande versplintering was typerend. Uitkristalliseren van een sterke beweging was er niet bij. O, er waren tijden dat er vele duizenden anarchisten rondliepen. De merkwaardige relatie tussen de geïnspireerden en het onpraktische gedoe van zich niet organiseren bestaat al heel lang. Misschien was een man als Bakunin in dit verband een van de grote schuldigen. Hij stelde dat men moest weigeren zich aan te sluiten bij politieke bewegingen die niet rechtstreeks de algemene vrijmaking van de arbeiders beoogde. Deze uitspraak zag zich in de historie gerechtvaardigd. Immers: van de vrijmaking via staat, partij en vakverbond is het nooit wat geworden. Wat zouden de tegenwoordige restgroepjes der anarchisten hiervan denken? Antwoord: gezwollen gepraat. Overigens zou het interessant zijn vast te stellen hoe belangrijk in sociaal-economisch opzicht 'de beweging' is geweest. de uitkomst zou geruststellend blijken. De invloed (macht) van 'de beweging' was altijd veel minder dan de aanhangers ervan dachten. Sindsdien is het visionaire beeld van de revolutie (die alles ten volle zou veranderen in positieve zin) over de horizon verdwenen. De samenwerking voltrekt zich op de allerkleinste schaal, die van persoon tot persoon, van vriend tot vriend. Van wezenlijke solidariteit is hierbij nauwelijks nog sprake. Of de samenleving nog echt eens ....? Jawel, maar dat zal nog wel een aardig tijdje vergen, beste mensen.
    Een beweging in anarchistische zin bestaat eigenlijk niet meer. Maar de intellektuelen dan? Ja, maar dat is een heel andere zaak.