|
Vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte
|
De anarchisten
Pszisko Jacobs
Het kan geen toeval zijn dat er
wel marxisten waren maar zeer beslist geen bakunin-isten. Eerstgenoemden waren
in den beginne volgelingen van een groot denker. Naderhand stond die benaming
voor al wat niet met de Marx theorieën te maken had. En dan Bakunin.
Hij was een der verbreiders van het anarchisme, van e e n anarchisme, van
beginselen. Die beginselen werden nooit tot een echte eenheid. Tenslotte ontstonden
er zoveel anarchismen als er anarchisten waren. Dat wil zeggen: het mondde
uit in opvattingen omtrent de bevrediging van strikt persoonlijke verlangens.
Gevolg van een en ander was dat er in anarchistische kringen de verwarrendste
uitspraken de ronde deden. En verder dat buitenstaanders er geen touw aan
konden vastknopen. O zeker, deze of gene zich anarchist noemende begon dan
met de openingszin: "Was het niet Bakunin (of Domela) die al zei...." om dan
zo snel mogelijk een zijweg in te slaan waar het stokpaardje gereed stond.
En dan werd naar verste verten gestormd. Ach, het zich bezinnen op de oorspronkelijke
principes was nooit de sterkste zijde van vele zich anarchist-noemenden dan
wel zich wanenden.
Kenmerkend voor de anarchisten was dat zij gekant waren tegen het socialistisch
partijwezen. Overigens waren er velen van hen die elke organisatievorm verwierpen.
Daar werd immers machtoverdracht van de leden aan een bestuur plaats. Domela
was hun hierbij voorgegaan. En juist het ontbreken van een hecht samengaan
heeft de anarcho-beweging lelijk parten gespeeld. De altijd maar voortgaande
versplintering was typerend. Uitkristalliseren van een sterke beweging was
er niet bij. O, er waren tijden dat er vele duizenden anarchisten rondliepen.
De merkwaardige relatie tussen de geïnspireerden en het onpraktische
gedoe van zich niet organiseren bestaat al heel lang. Misschien was een man
als Bakunin in dit verband een van de grote schuldigen. Hij stelde dat men
moest weigeren zich aan te sluiten bij politieke bewegingen die niet rechtstreeks
de algemene vrijmaking van de arbeiders beoogde. Deze uitspraak zag zich in
de historie gerechtvaardigd. Immers: van de vrijmaking via staat, partij en
vakverbond is het nooit wat geworden. Wat zouden de tegenwoordige restgroepjes
der anarchisten hiervan denken? Antwoord: gezwollen gepraat. Overigens zou
het interessant zijn vast te stellen hoe belangrijk in sociaal-economisch
opzicht 'de beweging' is geweest. de uitkomst zou geruststellend blijken.
De invloed (macht) van 'de beweging' was altijd veel minder dan de aanhangers
ervan dachten. Sindsdien is het visionaire beeld van de revolutie (die alles
ten volle zou veranderen in positieve zin) over de horizon verdwenen. De samenwerking
voltrekt zich op de allerkleinste schaal, die van persoon tot persoon, van
vriend tot vriend. Van wezenlijke solidariteit is hierbij nauwelijks nog sprake.
Of de samenleving nog echt eens ....? Jawel, maar dat zal nog wel een aardig
tijdje vergen, beste mensen.
Een beweging in anarchistische zin bestaat eigenlijk niet meer. Maar de intellektuelen
dan? Ja, maar dat is een heel andere zaak.