Vanuit de wildernis van de oorlog
is de stank van het moorden gerezen
klinkt een dof gehuil van
wolven in razernij
jegens de maan -
elegant paraderen
daar lieden in uniform
zijn in hun rondstappen
erger dan roofdieren
Gevoelloos voor gekrijt
en van leugens vervuld
scheuren ze aan 't warme vlees
en terwijl de bloed'ge wijn
de buiken vult van hun
gepoederde wijfjes
krommen ze zich als jakhalzen
over de kadavers heen