Vrijdenkersvereniging
De Vrije Gedachte
  • home
  • Journaal
  • Agenda
  • Informatie
  • Artikelen
  • Stelling van de week
  • De "(post-)moderne mens" en de collectieve gewetenssusser
    Leon Wecke

    Sociaal wezen
    De mens is een sociaal wezen. Zonder contact met de medemens zouden wij als wolvenkinderen, op handen en voeten ons voortbewegend, slechts geluiden uitstoten. Ook voor de postmoderne mens geldt dat. De mens in de geïndividualiseerde, geëgoisticeerde en gedigitaliseerde samenleving is van nature niet meer of minder op zijn soortgenoten gericht dan zijn voorgangers. De gerichtheid op de medemens wil echter niet zeggen dat daarmee per definitie steeds een vorm van iets of alles opofferende solidariteit gegeven is. Het najagen van het eigenbelang lijkt inderdaad in veel gevallen aandacht voor de ander uit te sluiten. Alhoewel, juist door de wetenschap dat anderen in mindere mate hun materialistische en of geestelijk eigenbelang kunnen of willen realiseren, maakt dat eigenbelang zo nastrevenswaardig. Het feit dat anderen in dat streven je niet kunnen evenaren, geeft voldoening en status. Zonder die ander als maatstaf, waartegen men zich kan afzetten, zou het streven naar eigenbelang niet veel meer zijn dan het bevredigen van een aantal primaire behoeften. Diezelfde sociale mens blijkt overigens ook geneigd tot het goede. Nu is dat goede volgens sommigen van absolute aard en laat zich aanduiden met "God" of "Allah". Weer anderen gaan ervan uit dat het absolute goede in de mens zelf aanwezig is. Terwijl er ook zijn, die de mens van nature als kwaadwillend etiketteren. Hoe het ook zij, feit blijft dat mensen in veel meerdere mate naar eigen opvatting het goede doen dan dat zij het kwade verwezenlijken. Maar het subjectieve goede dat wordt nagestreefd kan uiteraard voor anderen een kwaad inhouden. Zo kon in het verleden de koppensneller beloond worden door zijn stamgenoten, waar ieder gesnelde kop tot meer aanzien voor krijger en collectiviteit leidde, maar voor het slachtoffer en zijn achterban was het goede van de gesnelde kop minder inzichtelijk. Tot op heden worden oorlogshelden beloond voor het goede dat zij deden, terwijl dezelfde persoon elders de status van moordenaar krijgt toegekend. Het goede wensen we na te streven, maar wat goed is, wordt veelal cultureel bepaald. Maar dat neemt niet weg dat er ook bepaalde opvattingen over een algemeen geldend goed bestaan, op grond waarvan bijvoorbeeld de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geuleerd kon worden, ondanks haar onmiskenbare Westerse signatuur en daarop van toepassing zijnde niet-westerse kritiek. Hoe zit het nu met de sociabiliteit en de geneigdheid het goede te doen, als het gaat om de postmoderne mens?

    "(Post-)moderne mens"
    De postmoderne mens, bestaat die wel?
    Dat hangt af van de definitie. "Postmodern" is een wat merkwaardige term. Want na het moderne, t.w. het hedendaagse en nieuwerwetse, is er nog niets. Postmodern kan dus eigenlijk niet, als we het letterlijk nemen. Nochtans zijn er boekenkasten vol beschouwingen over postmodernisme en de postmoderne mens. Laten we het hier maar houden op de mens, die gezegend met moderne communicatie- en transportmiddelen in een steeds kleiner wereld, gehaast, het met name materialistisch eigen belang nastreeft, waarbij - op het eerste gezicht - een het gedrag normerende duidelijke ideologie ontbreekt. Die mens, die wel meer mogelijkheden tot kennisname van het wereldgebeuren heeft dan vroeger, maar zich daartoe minder tijd gunt in zijn betrokkenheid op het eigenbelang, die mens mag men, wat mij betreft, "(post-)modern" noemen, althans sommige auteurs doen dat. Het zou dan om een mens gaan die onder meer geen verwachtingen heeft van de politiek. En onder "de politiek" zou men dan regeringen en politici moeten verstaan, eventueel ook politieke partijen, maar niet bepaalde pressie-, belangen- en actiegroepen, die overigens ook politiek bedrijven en een integrerend deel van het politiek proces uitmaken. Vanuit de notie dat deze postmoderne mens bestaat, blijft het toch merkwaardig dat onder bepaalde omstandigheden hij of zij zich in een vlaag van massaal medeleven, zij het kortstondig, aan vormen van solidariteit met de zwakkere in nood verkerende medemens overgeeft. De redenering zou kunnen zijn dat deze mens uiteraard zijn sociale natuur en zijn gerichtheid op het goede niet kan verloochenen en op bepaalde momenten daar ook uiting aan geeft. Dat uiting geven kan echter alleen dan plaats hebben als daartoe een aantal voorwaarden verwezenlijkt zijn. En die voorwaarden betreffen dan een confrontatie met de ander in nood, die niet vermeden kan worden en het vooruitzicht dat het slechts van korte duur is en niet storend voor het streven naar het zo gekoesterd eigenbelang. De gang van zaken is dan dit door middel van excessieve aandacht de media en met name de TV, een schrijnend geval van collectieve nood gesignaleerd wordt. Zulks zou dan leiden tot een massale roep om iets te doen, op grond waarvan de hele samenleving in beroering komt. Zulks leidt tot enerzijds het in actie brengen van politici, die maatregelen gaan overwegen en anderzijds tot het omzetten van collectieve verontwaardiging en medeleven in nationale manifestaties waarbij grote sommen geld bijeen worden gebracht, waarna een ieder weer zijns - postmoderne - weegs gaat. De vraag of het allemaal wel goed besteed wordt verdampt en al spoedig zou, na het collectief sussen van het geweten, de zaak zelve uit het collectief bewustzijn verdwenen zijn.

    Kortstondig bewustzijn
    Gruwelijke conflicten worden op deze manier zichtbaar gemaakt, kort in het bewustzijn van de mensen gevracht en leiden tot mobilisatie, politieke en civiele actie om vervolgens daarna te verdwijnen achter de horizon van een zee vervuld met andere voor het individu belangrijker zaken. Acties als "Open het Dorp", "Eén voor Afrika", en ook de tweede Afrika-actie en die onder de titel "Eten voor India" zouden tot deze gewetenssussende rituelen behoren. Rituelen, die weinig te maken hebben met een permanente zorg voor de noodlijdend mensen en al helemaal niet met een bekommernis om te komen tot een werkelijke structurele oplossing voor de betreffende problemen. In het gunstigst geval wordt dan tot humanitaire al dan niet door militairen ondersteunde actie besloten, die overigens slecht in bepaalde gevallen ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Daarbij wordt dan door critici de kanttekening gemaakt dat ter plekke de hulpverlenersorganisaties zich mede om wille van eigen belang manifesteren en in zekere concurrentie met elkaar tot het menslievend werk overgaan. Politici kunnen vervolgens meedelen dat toch als gevolg van humanitaire hulp veel mensen gered zijn, waarna ook voor hen het probleem achter de horizon van het postmodern politiek bedrijven verdwijnt.
    Als dit de gang van zaken is, dienen wij ons dan zorgen te maken? Ja, omdat er enerzijds kennelijk geen permanente krachtige actie tot structuele oplossing door de mensen georganiseerd kan worden en de politiek, mede aangestuurd door de publieke opinie, een beleid kan voeren dat in overeenstemming met de publieke opinie van vluchtige en in feite oppervlakkige aard is. Nee, omdat het de vraag is of de geschetste gang van zaken zo wezensnoodzakelijk is, als wel wordt voorgesteld. Het in veel gevallen ontbreken van permanente publieke actie en door de politiek ondernomen pogingen tot structuele oplossing, wil nog niet zeggen dat zulks per definitie onmogelijk is.

    Betrokkenheid
    Als we ons gemakshalve beperken tot de Nederlandse samenleving dan blijkt pessimisme inzake de politieke betrokkenheid van de Nederlanders misplaatst. Het is niet zo dat, en nog wel in toenemende mate, de Nederlandse burger geen boodschap aan de politiek zou hebben. Men verwacht nog wel degelijk iets van die politiek, een politiek waarin een meerderheid van de burgers ook vertrouwe heeft. Bezien we de resultaten van de verkiezingsonderzoeken, dan blijkt dat sinds 1971 de door de burgers veronderstelde invloed op de politiek niet te zijn afgenomen. Zag in 1971 28,8% van de burgers hun politieke invloed aanwezig, in 1994 was dat percentage opgelopen tot 53,5%. Of de invloed er ook werkelijk is, is een andere zaak, maar het beeld van de burgers heeft zich in dezen positief ten gunste van de veronderstelde invloed op de politiek ontwikkeld. De score met betrekking tot politieke belangstelling vanaf 1971 tot 1994 bleef praktisch onveranderd rond de 26%. Dat is niet veel, maar als we ons realiseren dat slechts 3% van de Nederlanders zich daadwerkelijk voor politieke partijen blijken te interesseren, is dat percentage nog verwonderlijk hoog te noemen. De kiezers blijken zowel vertrouwen als wantrouwen t.a.v. de politici te koesteren. Zo bleek in 1971 58,4% van de respondenten het eens te zijn met de stelling dat politici tegen beter weten in meer beloven dan ze waar maken en in 1994 was dat percentage 93%. Maar op de vraag of ministers en staatssecretarissen vooral op eigenbelang uit zijn, antwoorden in 1971 32,8% ontkennend en in 1994 66,1%. En bezien we de betrokkenheid van Nederlandse burgers bij conflicten, dan is deze hoog te noemen. Niet minder dan 81,7%, volgens het SVV-onderzoek in 1995, voelde zich matig of sterk bij conflicten betrokken. En als het ging om hetgeen de Nederlands regering zou moeten doen m.b.t. ex-Joegoslavië en Rwanda, dan scoorde hulp aan de slachtoffers het hoogst. Het bedroeg 65,8% van de hele steekproef. Terwijl het bij de VN aandringen op het "met geweld afdwingen van een vredesregeling" niet verder dan 26,5% kwam. Ook als we kijken naar de waarden, die in het geding zijn, als het gaat om het overigens zo vreedzaam mogelijk inzetten van de krijgsmacht, dan scoren mensenrechten als doelstelling het hoogst (80%), gevolgd door een duidelijk politiek doel (72%) en veiligheid (71%). Op basis van dit en ander publiek opinie onderzoek kan moeilijk worden volgehouden dat de (postmoderne) Nederlander niet geïnteresseerd zou zijn in het oplossen van conflicten. De bijdrage dient echter niet van gewelddadige aard te zijn en het sneuvelen van militairen wordt blijkens diverse onderzoeken niet geaccepteerd. Hoe komt het nu dat die aandacht voor conflicten en mensen in nood alleen maar op bepaalde momenten door middel van de media in een veronderstelde gewetenssussende manifestatie van korte duur word omgezet? Is de postmoderne cultuur daarvoor verantwoordelijk en sluit het een andere benadering definitief uit? Nee, dat doet het niet. In het recent verleden bleek het mogelijk, en uiteraard ook door de media verspreid probleem, als dat van de stationering van kruisraketten, in het collectief bewustzijn te brengen, waar het mede als gevolg van de steun van belangrijke politieke instituties zoals kerken, vakbeweging en politieke partijen, langdurig aanwezig was. Dat de regering uiteindelijk een in veler ogen verkeerd besluit nam, was geen nederlaag. Zes jaar lang aarzelen met het nemen van een besluit, waartoe men zich als regering om meerdere redenen verplicht achtte, was al een voldoende bewijs voor het tegendeel. Overigens in eerste instantie zonder al te veel steun van de zijde der media, bleek het mogelijk jaren later, een briefkaarten-actie te organiseren, die tot doel had bij regering en parlement te pleiten voor toelating van vluchtelingen uit ex-Joegoslavië. Tevens waren tal van burgers bereid - zonder dat daartoe eerst een actie was gevoerd - om spontaan vluchtelingen op te nemen. Pas als dan de regering het initiatief in beleid vertaald, verdwijnt het burger-initiatief. Tot civiele actie is men kennelijk nog zeer wel in staat en bereid. Uit verkiezings- en ander onderzoek blijkt dat de Nederlander in hoge mate - vergeleken bij andere volkeren - zich betrokken voelt bij de ontwikkelingsproblematiek en voorts dat als het om te respecteren en te bevorderen waarden gaat, met name mensenrechten hoog in het vaandel staan. Het is niet zo dat de postmoderne mens zonder ideologie zou zitten, in de zin van bepaalde na te streven waardenclusters. Het blijkt zelfs - begrijpelijk gezien de afwezigheid van een geloofwaardige vijand - dat mensenrechten en internationale rechtsorde als waarden hoger scoren dan het verdedigen van het vaderland als het bijvoorbeeld gaat het om het antwoord op de vraag naar de belangrijkste taken van de Nederlandse krijgsmacht. Dat alles laat onverlet dat bij manifestatie van een in de eigen belevingswereld ingrijpend gevaar - zoals indertijd die kruisraketten - en bij het presenteren van een duidelijk en haalbaar lijkend alternatief (geen kruisraketten), de massa zeker tot langdurige mobilisatie gebracht kan worden onder voorwaarden dat gezaghebbende maatschappelijke instituties mee van de partij zijn.

    Vanzelfsprekend
    Dat acties als "Eén voor Afrika" en "Eten voor India" slechts een kortstondige massale beroering teweeg brengen en na de climax van het bijeengebracht eindbedrag in uit het bewustzijn verdwijnen, is eerder vanzelfsprekend en van alle tijden dan dat het met de postmoderne mens gegeven zou zijn. Het wegvallen van het enthousiasme na het beëindigen van de actie is niet verwonderlijk. Verbazingwekkender zou het zijn als de actie nadien onverzwakt zou doorgaan. De organisatoren werken immers in ad hoc verband, waarna de eigen werkzaamheden, die even op een laag pitje stonden, weer moeten worden opgevat. In de Novib-evaluatie van de "Eén voor Afrika"-actie stond te lezen dat de leden van de stuurgroep: "bij terugkomst van hun escapades in Hilversum geconfronteerd werden met een aanzienlijke hoeveelheid werk, die door hun afwezigheid was blijven liggen". "Er was geen impuls van welke organisatie dan ook om er meer van te maken dan, inderdaad, goed, afgelopen". En "Het klimaat dat geschapen werd, of het gebrek aan klimaat, door alle organisaties die erbij betrokken waren en ook door "Eén voor Afrika" zelf, schiep ook geen enkel medium waardoor je iets meer d'r uit kon halen dan een simpele afsluiting".

    Geweten
    De vraag die nog wel gesteld moet worden is of de massa door middel van dit soort acties haar geweten afkoopt. Hoe gaat de (post-) moderne mens met zijn geweten om? Uitgangspunt hierbij is of er op het punt van hulp aan de noodlijdenden een persoonlijk en een eventueel collectief geweten functioneert. Het kan immers ook zo zijn dat TV-acties, zoals boven bedoeld, met name een recreatieve functie hebben. De in de sleur van alledag gevangen burger wordt de mogelijkheid geboden zich in een andere wereld te verplaatsen en deel te hebben in een race naar het eindbedrag, een gebeuren dat hij met zijn gift lijkt te kunnen beïnvloeden. Het is weer eens iets anders. En het feit dat men met geld bijdraagt tot een noodverband zou dus ook bijzaak kunnen zijn. Uitgaand van de veronderstelling dat de mens een sociaal wezen is en tevens op het goede gericht en dit goede in het licht van de gevestigde opvattingen in de publieke opinie - in Nederland - zich onder meer met termen als mensenrechten en internationale rechtsorde laat aanduiden, mag wellicht aangenomen worden dat deze zaken ergens in het persoonlijk geweten, het innerlijk besef van goed en kwaad, en in het collectief geweten - vrij naar Durkheim - de gemeenschappelijke waarden in de maatschappij, die de sociale orde in tact houden, zijn opgeborgen. Als het gaat om de vraag of het geweten afgekocht wordt met een al dan niet financiële participatie in een kortstondige TV-campagne, moet eerst een andere vraag beantwoord worden en wel die naar het volume van die innerlijke stem. En hoewel er dan wel van een empirisch bewezen positieve grondhouding sprake is, waarbij mensenrechten en dergelijke belangrijke waarden zijn, moet tegelijk geconstateerd worden dat die grondhouding zich pas dan openbaart als nadrukkelijk een bepaald probleem met name door de media gesteld wordt of er in een opinieonderzoek naar gevraagd wordt. Permanent ligt, in ons geval, Nederland niet wakker van conflicten en rampen elders. Het lijkt wat te ver gezocht om de participatie aan een TV-actie te definiëren als het sussen van het persoonlijk of collectief geweten, als daarmee bedoeld wordt dat het in feite een kwalijke aangelegenheid zou zijn. Het ongetwijfeld deels tegemoet komen aan de stem van het geweten is een positief te beoordelen activiteit, die mede in het licht van de aard van de media, de aard van de communicatiemiddelen, de onze nog niet onthaaste maatschappij eerder als een positief dan als een negatief teken beschouwd mag worden. Een teken, dat, naast ander behoeften, op deze wijze ook in overeenstemming met de stem van het geweten, de behoefte om het goede te doen - als zich de gelegenheid voordoet - bevredigd wordt. Geheel afhankelijk van de aard van de gepresenteerde noden en vooral van de vraag of een daadwerkelijk geloofwaardig alternatief geboden wordt,is nog steeds een massale activiteit van enige permanentie en met het doel tot meer dan een oppervlakkig noodverband te komen, niet uit te sluiten. Daartoe zullen dan wel diverse voorwaarden vervuld moeten worden, die per definitie bij kortstondige TV-acties en manifestaties niet verwezen-lijkt kunnen worden.