|
Vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte
|
Het wezen van energie
Gerhard Elferink
We kennen enkel de werking van diverse
vormen van energie, niet het wezen van energie! Er bestaat in de natuur een
relatie tussen materie en energie.
Materie kan worden omgezet in energie en energie in materie.
Materie is als het ware op te vatten als een "aggregaattoestand" van energie.
Als een soort van "gecondenseerde" energie. In wezen is alle materie een vorm
van energie. Het stoffelijke een vorm van het onstoffelijke.
Hoewel zijn op hun beurt weer zijn opgebouwd uit nog kleinere elementaire deeltjes
- te beschouwen als een overgangsfase tussen energie en materie, tussen onstoffelijkheid
en stoffelijkheid - kan men de protonen, neutronen en elektronen toch beschouwen
als de bouwstenen van alle materie. Alle materie kan worden herleid tot neutronen,
protonen en elektronen. Samengevoegd vormen deze drie basisdelen het oer-element
Deuterium.
Pantheïstisch weergegeven, ook wel "God" te noemen! Zo'n pantheïstische
"God" kan men zich derhalve voorstellen in een stoffelijke en een niet-stoffelijke
verschijningsvorm. De stoffelijke vorm is materie, de niet-stoffelijke is energie.
Beide verschijningsvormen zijn dus verschijningsvormen van hetzelfde "Wezen".
In de natuur hebben beide verschijningsvormen zich het sterkst verenigd in de
levende organismen.
Men zou kunnen stellen dat alle levenden materie als het ware "geschapen" is
naar "Gods" totale beeld en gelijkenis!
Het buitengewone van levende organismen is dat zij, deel uitmakend van een systeem
dat streeft naar een zo laag mogelijk energieniveau, toch in staat zijn als
ware koorddansers op een hoog energieniveau te verblijven. Men zou kunnen spreken
van gestabiliseerde labilitiet!
In de natuur bestaat er het streven naar een zo laag mogelijk energieniveau
(enthalpiewet) en een zo groot mogelijk wanorde (entropiewet). Terwijl nu juist
de bouwstenen voor de levende organismen uit energierijke verbindingen met een
hoge graad van ordening bestaan.
Hier stuit de evolutiemodel ontegenzeggelijk op een paradox! De beide hoofdwetten
van de thermo-dynamica zijn zonder meer wetmatig binnen onze beperkte tijdsvoorstelling.
Maar hoe ze functioneren binnen de tijdsduur van miljoenen tot miljarden jaren
blijft voor ons slechts gissen. Tijd is bij alle chemische processen een belangrijke
factor. Onze bekendheid met chemische processen beperkt zich begrijpelijkerwijs
tot tijdsspannen die binnen onze begrensdheid op dit terrein passen.
Tijdverlopen van miljoenen jaren of nog langer gaan ons voorstellingsvermogen
volledig te boven en dien ten gevolge ook onze kennis. Dàt er levende
wezens bestaan is evenwel een afdoende bewijs dat de beide hoofdwetten niet
onder alle omstandigheden opgaan. Ze zijn het bewijs dat, zodra de factor tijd
in de richting van oneindig opschuift, ook de kans navenant toeneemt dat zich
in die oceaan van wetmatigheid tenminste één keer op spontane
wijze een omstandigheid voordoet waarin de beide hoofdwetten hun wetmatigheid
geheel of gedeeltelijk verliezen. Creationisten trachten de onjuistheid van
de evolutietheorie aan te tonen met behulp van beide hoofdwetten der thermo-dynamica.
"Een gebouw kan wel ineenstorten tot een hoop stenen, maar nooit zal een hoop
stenen uit zichzelf een gebouw vormen!"
Wat creationisten daarbij gemakshalve over het hoofd zien, is dat met de veronderstelling
dat een of ander Opper-wezen, een of ander Super-Intelligentie de kosmos moet
hebben geschapen, de vraagstelling naar de oorsprong der dingen nog steeds niet
beantwoord is. Zij verschuiven het probleem alleen maar! Stoppen ergens halverwege.
Maken er zich zogezegd met een religieus "Jantje-van-Leiden" vanaf.
Als het werkelijk zo is dat een godheid alles geschapen heeft, is de voor de
hand liggende volgende vraag: "Hoe is die god dan ontstaan, of wie heeft die
god dan wel geschapen?"
Zich de zinnebeeldige, pantheïstische "God" als een intelligent en creërend
"Wezen" voor te stellen met wie op de een of andere wijze in contact kan worden
getreden, ja zelfs kan worden gecommuniceerd, is om dezelfde redenen een even
simpele als onzinnige vermenselijking van de strak geordende, zich steeds hervormende
en scheppende, kosmos.
"God" symboliseert enkel en alleen alle materie en energie, die in een adembenemend
samenspel de kosmos vormen.
De kosmos, die na die eerste explosie - de oerknal - is ontstaan, breidt zich
gedurende een gigantische tijdsduur uit om vervolgens weer in te krimpen tot
de oorspronkelijke oervorm om, wie weet, het gehele proces nogmaals te herhalen.
"God" is zowel het begin als het einde. "God" is het totale heelal.
In zo'n alles omvattende pantheïstische uitbeelding kan een godsbeeld nog
een zekere symbolische waarde hebben. In de christelijke drieëenheidsleer
wordt de eigen godheid voorgesteld als bestaande uit drie "gedaanten", de Vader,
de Geest en de Zoon, die evenwel als een dusdanig volmaakte eenheid fungeren
dat het geheel toch als één Wezen moet worden opgevat!
Ook de natuurwetenschappen kennen zo'n als een volmaakte eenheid opererend drietal:
het proton, het elektron en het neutron. Tezamen vormen deze elemtaire deeltjes
het waterstof-isotoop Deuterium, dat als de bouwsteen van de elementen en dus
van alle materie kan worden beschouwd.
Door het wetenschappelijk atoommodel over de christelijke voorstellingswijze
te leggen, wordt het mogelijk overeenkomsten te ontdekken tussen beide drieëenheden.
In zo'n onderling vergelijk vertoont de "Vader" - de schepper - grote overeenkomsten
met het proton.
De "Geest" - de boodschapper, het vluchtige - doet aan het elektron denken.
De "Zoon" - de onpartijdige, de verzoener - vertoont sterke gelijkenis met het
eveneens neutrale, ongeladen neutron.
Binnen dit vergelijk kunnen beiden drieëenheden dus zowel vereenzelvigd
worden met de christelijke godsvoorstelling als met het oer-element Deuterium.
Daarmee is niet alleen een bepaalde relatie gelegd tussen de gepersonifieerde
christelijke god en de materie, maar eveneens met de pantheïstische godsvoorstelling!
De gepersonifieerde god wordt gezien als een "Wezen" dat alles dat bestaat als
bij toverslag geschapen heeft (externe schepper), terwijl de pantheïstische
"God" alle materie gevormd heeft door transformatie van een deel van zijn eigen
wezen en is dus in feite al het geschapene zelf! (interne schepper).
Een deel van zijn niet-stoffelijke wezen - energie - heeft een gematerialiseerde
vorm aangenomen. Deze stoffelijke verschijningsvorm kan men zich in zijn oervorm
als een Deuterium atoom voorstellen, welk atoom op zijn beurt weer vereenzelvigt
kan worden met de christelijke godsvoorstelling.
Ook op het gebied van denkbeelden omtrent het ontstaan van de kosmos bestaan
er meer overeenkomsten tussen de christelijke geloofsleer en de wetenschappelijke
en pantheïstische ideëenwereld dan men in het algemeen zou denken.
Na explosie van de - uit de oersoep "gecondenseerde" en extreem compacte - Deuterium
"wolk", zijn uit diens brokstukken alle overige elementen gevormd en is op een
enorme schaal uit het niets het iets ontstaan. Op een manier dus, zoals ook
de christelijke en zelfs joodse geloofsleer de schepping ex nihilo min of meer
wordt voorgesteld.
Een atoom, van welk element dan ook, bestaat nagenoeg uit niets. De gigantische
snel bewegende elektronen, die op alle plaatsen tegelijk aanwezig schijnen te
zijn, vormen als het ware een negatieve ladingswolk rond de kern die binnendringen
in de lege ruimte - althans leeg waar het materie betreft - verhindert en zo
aan het niets de indruk geeft iets is te zijn. De grote illusie van de kosmos!
Materie is niet meer dan een projectie van het onbenoembare - oftewel energie
- in het absolute niets. Men neemt iets waar, doch hetgeen men waarneemt is
niet datgene wat men denkt waar te nemen! Net als in de bioscoop. Ook daar neemt
men iets anders waar dan de werkelijkheid.
Hoe realistisch de filmbeelden ons ook voorkomen, in de bioscoop ziet men niets
anders dan verschillende facetten van het elektro-magnetisch verschijnsel licht.
In beide gevallen neemt men dus iets anders waar dan de werkelijkheid.
Er is wel een verschijnsel, maar niet datgene wat men denkt dat het is. Dit
is nu illusie! Ons hele bestaan is als het ware één grote drie-dimensionale
film.